Dit is wat koffie mogelijk verandert aan je lichaam, terwijl de weegschaal het niet laat zien

Je weegschaal kan precies vertellen hoeveel je weegt. Wat hij niet kan vertellen, is waar dat gewicht uit bestaat. Hoeveel komt van spieren? Hoeveel van lichaamsvet? En hoeveel vet zit er rond je organen?

Precies dat verschil staat centraal in een nieuwe Finse studie naar koffiedrinkers. Onderzoekers bekeken 2.264 volwassenen en zagen dat mensen die veel koffie dronken gemiddeld een andere lichaamssamenstelling hadden dan mensen die weinig of helemaal geen koffie dronken. Opvallend genoeg was hun gemiddelde BMI nauwelijks anders.

Dat betekent niet dat koffie automatisch voor minder lichaamsvet of meer spieren zorgt. De studie laat vooral zien dat twee mensen met ongeveer hetzelfde gewicht en dezelfde BMI er vanbinnen toch behoorlijk anders uit kunnen zien.

Het verschil zat verborgen achter een vergelijkbare BMI

BMI wordt berekend op basis van je lengte en gewicht. De maat is handig om een algemeen beeld van lichaamsgewicht te krijgen, maar vertelt niet waaruit dat gewicht bestaat. De Finse onderzoekers zagen daar een interessant verschil. De mensen die de meeste koffie dronken hadden gemiddeld een lichaamsvetpercentage van 27,14 procent. Bij mensen die geen koffie dronken was dat 29,67 procent.

Ook hun hoeveelheid skeletspieren verschilde. De groep die veel koffie dronk had gemiddeld 32,46 kilogram skeletspiermassa, tegenover 30,88 kilogram bij de niet-koffiedrinkers. Bij visceraal vet — het vet dat zich rond de organen in de buik bevindt — was het verschil kleiner. De groep met de hoogste koffieconsumptie kwam uit op gemiddeld 102,52 cm², tegenover 108,50 cm² bij mensen die geen koffie dronken.

Tegelijkertijd waren de gemiddelde BMI, tailleomvang en taille-heupverhouding van de groepen vergelijkbaar. Het interessante zit dus niet simpelweg in het feit dat de ene groep lichter was. Het laat zien dat vergelijkbare cijfers op de weegschaal en het meetlint iets anders kunnen verbergen onder de oppervlakte.

De meeste deelnemers dronken koffie

Voor het onderzoek gebruikten de wetenschappers gegevens uit het Northern Finland Birth Cohort 1966. De deelnemers werden onderzocht toen ze 46 jaar oud waren.

De onderzoekers verdeelden hen in vier groepen:

  • geen koffie;
  • 1 tot 2 koppen per dag;
  • 3 tot 4 koppen per dag;
  • minstens 5 koppen per dag.

De meeste van de 2.264 deelnemers dronken koffie. Slechts 70 mensen gaven aan helemaal geen koffie te drinken. De groep die minstens vijf koppen per dag dronk, had gemiddeld het laagste lichaamsvetpercentage en de hoogste hoeveelheid skeletspiermassa. Toch moet je voorzichtig zijn met wat je daaruit afleidt. Een "kop" koffie stond in het onderzoek niet gelijk aan een nauwkeurig gemeten hoeveelheid cafeïne. De onderzoekers konden daardoor niet vaststellen hoeveel cafeïne iedere deelnemer precies binnenkreeg.

Ook was er geen gedetailleerde informatie over wat mensen aan hun koffie toevoegden, zoals melk of suiker. Het onderzoek laat daarom niet zien dat vijf koppen koffie per dag een bepaalde hoeveelheid lichaamsvet laten verdwijnen. Het laat alleen zien dat er een patroon was tussen koffieconsumptie en lichaamssamenstelling. En daarmee komt een andere vraag in beeld: was de koffie zelf wel verantwoordelijk voor die verschillen?

Ook in het bloed zagen de onderzoekers verschillen

De verschillen bleven niet beperkt tot lichaamsvet en spiermassa. Mensen die meer koffie dronken hadden ook gemiddeld lagere waarden van drie aminozuren die bekendstaan als vertakte-ketenaminozuren, of BCAA's: leucine, isoleucine en valine.

Deze aminozuren komen onder meer voor in eiwitrijke voedingsmiddelen en spelen een rol bij het behouden van spiermassa. Daarnaast vonden de onderzoekers verschillen in verschillende hormonen. Bij mannen hing een hogere koffieconsumptie samen met hogere waarden van totaal testosteron en SHBG. SHBG is een eiwit dat geslachtshormonen in het bloed bindt.

Tegelijkertijd lagen vrij testosteron — het deel van het testosteron dat niet aan eiwitten gebonden is — en de zogenoemde free androgen index juist lager. Deze bloedwaarden geven extra aanwijzingen over wat er mogelijk achter de verschillen in lichaamssamenstelling zit. Ze bewijzen echter niet waarom de koffiedrinkers en niet-koffiedrinkers van elkaar verschilden. Daarvoor is een ander type onderzoek nodig.

De studie bewijst niet dat koffie de oorzaak is

De onderzoekers keken naar de koffiegewoonten en lichaamssamenstelling van mensen op hetzelfde moment. Ze gaven niet de ene groep koffie en de andere groep geen koffie om vervolgens te kijken wat er veranderde.

Daardoor kunnen ze een verband vaststellen, maar niet aantonen dat koffie de oorzaak van de verschillen was. Mensen die veel koffie drinken kunnen op allerlei andere manieren verschillen van mensen die geen koffie drinken. De onderzoekers hielden rekening met verschillende factoren, waaronder lichamelijke activiteit, roken, alcoholgebruik, opleidingsniveau en BMI. Toch konden ze niet alle mogelijke verschillen tussen de groepen uitsluiten.

Ook de manier waarop lichaamsvet en spiermassa werden bepaald heeft beperkingen. De onderzoekers gebruikten bio-elektrische impedantie, een methode die de lichaamssamenstelling schat in plaats van die rechtstreeks te meten. De gevonden cijfers zijn daardoor vooral interessant om een mogelijk patroon te herkennen. Ze vormen geen bewijs dat meer koffie drinken je lichaamssamenstelling zal veranderen.

Dus hoeveel verschil kan koffie echt maken?

Dat weten we op basis van deze studie nog niet. De Finse onderzoekers zagen dat mensen die meer koffie dronken gemiddeld minder lichaamsvet, iets minder visceraal vet en meer skeletspiermassa hadden. Tegelijkertijd waren hun gemiddelde BMI en tailleomvang vergelijkbaar met die van de andere groepen.

Dat is interessant, juist omdat het laat zien hoeveel informatie er kan ontbreken wanneer je alleen naar je gewicht kijkt. Het betekent alleen niet dat vijf koppen koffie per dag buikvet verbranden of spieren opbouwen. Daarvoor levert deze studie geen bewijs. Voorlopig is je dagelijkse kop koffie dus vooral gewoon je dagelijkse kop koffie. De interessante vraag voor toekomstig onderzoek is of koffie zelf werkelijk iets met deze verschillen in lichaamssamenstelling te maken heeft. Dat moet nog worden uitgezocht.