In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de klok een uur achteruit. Daardoor is het 's ochtends ineens weer wat vroeger licht, al wordt het aan het einde van de middag ook eerder donker. Maandag komt de zon in Nederland rond 7.25 uur op en gaat hij rond 17.25 uur onder.
De meeste mensen merken vooral dat het 's avonds eerder donker wordt. Maar volgens slaaponderzoekers zijn juist die lichtere ochtenden interessant.
De Nederlandse chronobioloog Marijke Gordijn benadrukt al jaren hoe belangrijk daglicht is voor een goede nachtrust. Uit een groot Brits onderzoek blijkt dat mensen die meer tijd buiten doorbrengen, doorgaans minder slaapproblemen hebben. En een kleiner Amerikaans onderzoek leverde nog een opvallende ontdekking op: mensen die vooral vroeg op de dag veel licht krijgen, hebben gemiddeld een lagere BMI, een getal dat iets zegt over de verhouding tussen je lengte en gewicht.
Nu het 's ochtends tijdelijk eerder licht wordt, is dit misschien wel een goed moment om een nieuwe gewoonte aan te leren.
Waarom de wintertijd verschil maakt
Op zondag 25 oktober 2026 begint de wintertijd. Om 3.00 uur 's nachts gaat de klok terug naar 2.00 uur. Je kunt dus een uurtje langer slapen.
Volgens de berekeningen van de tijden waarop de zon opkomt en ondergaat komt de zon op maandag 26 oktober in Amsterdam rond 7.25 uur op. Op zaterdag was dat nog om 8.21 uur.
Dat extra ochtendlicht is helaas maar tijdelijk. Naarmate december dichterbij komt, gaat de zon steeds later op. Toch heeft de overgang naar de wintertijd voorlopig een voordeel: wie vroeg naar zijn werk gaat, kan gemakkelijker nog wat daglicht meepakken.
En dat is volgens onderzoekers belangrijker dan je misschien denkt.
Meer daglicht kan helpen om beter te slapen
In een Brits onderzoek uit 2021 onderzochten wetenschappers het verband tussen daglicht, slaap en geestelijke gezondheid. Daarvoor gebruikten ze gegevens van meer dan 400.000 deelnemers tussen de 37 en 73 jaar.
De deelnemers brachten gemiddeld zo'n 2,5 uur per dag buiten door terwijl het licht was. Mensen die dagelijks een uur langer buiten kwamen, hadden doorgaans minder last van slapeloosheid, voelden zich overdag minder moe en konden 's ochtends gemakkelijker opstaan.
Dat heeft waarschijnlijk te maken met onze biologische klok. Die regelt onder andere wanneer we moe worden en wanneer we ons juist wakker en fit voelen.
Ook de Nederlandse chronobioloog Marijke Gordijn legt uit dat voldoende daglicht overdag helpt om ons slaapritme op orde te houden. Vooral in de herfst en winter, wanneer we veel binnen zitten, krijgen we vaak minder daglicht dan goed voor ons is.
Er is wel een belangrijke kanttekening. Het Britse onderzoek laat zien dat mensen die meer buiten komen doorgaans beter slapen, maar bewijst niet dat dit alleen door het extra daglicht komt.
Wat ochtendlicht met je gewicht te maken heeft
Onderzoekers van de Amerikaanse Northwestern University in Chicago ontdekten nog een opvallend verband.
Voor een onderzoek uit 2014, kregen 54 volwassenen een apparaatje om hun pols. Dat hield een week lang bij hoeveel licht ze kregen en hoe ze sliepen. Ook schreven de deelnemers op wat ze aten.
De uitkomst was opvallend. Mensen die vooral vroeg op de dag veel licht kregen, hadden gemiddeld een lagere BMI dan deelnemers die juist later op de dag aan fel licht werden blootgesteld.
De onderzoekers hielden daarbij rekening met verschillende factoren, zoals beweging, calorie-inname, slaapritme, leeftijd en het seizoen.
Het tijdstip en de hoeveelheid licht bleken samen ongeveer 20 procent van de verschillen in BMI tussen de deelnemers te kunnen verklaren.
Volgens de onderzoekers is vooral licht met een sterkte van minimaal 500 lux interessant. Ze wezen daarbij op de uren tussen 8.00 en 12.00 uur en opperden dat 20 tot 30 minuten helder ochtendlicht mogelijk al verschil kan maken.
Dat betekent natuurlijk niet dat je automatisch afvalt als je iedere ochtend een halfuur gaat wandelen. Het onderzoek was klein en liet alleen een verband zien. Of ochtendlicht daadwerkelijk helpt om gewicht te verliezen, is daarmee niet aangetoond.
Waarom bij het raam zitten niet hetzelfde is
Misschien denk je dat je binnen ook genoeg daglicht krijgt. Zeker als je aan de keukentafel naast een groot raam zit of op kantoor een werkplek bij het raam hebt.
Toch maakt het nogal wat uit of je binnen of buiten bent. Zelfs op een bewolkte herfstdag is het buiten meestal veel lichter dan in huis.
Volgens de Amerikaanse onderzoekers ligt de lichtsterkte op veel werkplekken rond de 200 tot 300 lux. Buiten kan die op een bewolkte dag gemakkelijk boven de 1.000 lux uitkomen.
Dat verschil is belangrijk, omdat onze biologische klok niet alleen reageert op hoeveel licht we krijgen, maar ook op het moment van de dag.
Een kleine verandering in je ochtend
Je hoeft je hele dagindeling niet om te gooien om wat meer daglicht mee te pakken. Een wandeling van 20 tot 30 minuten na zonsopkomst is bijvoorbeeld een prima begin.
Loop eens een stukje naar je werk, pak wat vaker de fiets of laat de hond 's ochtends uit in plaats van pas tussen de middag. Ook je eerste kop koffie op het balkon of in de tuin drinken is een eenvoudige manier om wat extra daglicht te krijgen.
Lukt het niet om 's ochtends naar buiten te gaan? Dan is een wandeling later op de dag natuurlijk ook een goed idee.
De belangrijkste boodschap uit de onderzoeken is dat daglicht een belangrijke rol speelt bij onze slaap. Het mogelijke verband met lichaamsgewicht is interessant, maar daar is nog meer onderzoek voor nodig.
Nu de klok dit weekend een uur achteruitgaat, is maandagochtend een mooi moment om eens wat eerder naar buiten te gaan.