Wie thuis zijn bloeddruk meet, heeft de afgelopen tijd waarschijnlijk wel berichten voorbij zien komen waarin staat dat de ideale bloeddruk is veranderd. Die berichten zijn vooral gebaseerd op een richtlijn uit 2024 van de European Society of Cardiology (ESC).
Toch betekent dat niet dat je huisarts het verkeerd heeft als die 130, 140 of zelfs 150 noemt als streefwaarde. Welke waarde voor jou geldt, hangt onder meer af van je leeftijd, je gezondheid, het land waar je woont en de manier waarop je bloeddruk wordt gemeten.
Europese cardiologen mikken lager
Volgens de ESC-richtlijn uit 2024 wordt bij volwassenen die medicijnen tegen een hoge bloeddruk gebruiken vaker gestreefd naar een bovendruk van 120 tot 129 mmHg en een onderdruk van 70 tot 79 mmHg. Dat geldt alleen als iemand die lagere bloeddruk goed verdraagt.
De ESC spreekt nog altijd van hoge bloeddruk bij een meting van 140/90 of hoger in de spreekkamer. Tegelijkertijd is er een nieuwe categorie bijgekomen: ‘verhoogde bloeddruk’. Daaronder vallen een bovendruk van 120 tot 139 of een onderdruk van 70 tot 89.
Dat onderscheid is belangrijk. Een bloeddruk kan dus hoger zijn dan wenselijk, zonder dat dit automatisch betekent dat iemand medicijnen nodig heeft.
De Europese cardiologen benadrukken bovendien dat zo’n lage streefwaarde niet voor iedereen geschikt is. Onder meer kwetsbaarheid, klachten en de vraag of iemand de behandeling goed verdraagt, spelen daarbij een rol.
Nederlandse huisartsen noemen vaak 140 of 150
In Nederland gelden weer andere streefwaarden. Volgens de Nederlandse richtlijn voor cardiovasculair risicomanagement wordt bij mensen van 70 jaar en jonger meestal gestreefd naar een bovendruk onder 140 mmHg.
Een lagere waarde, onder 130, kan worden overwogen als iemand dat goed verdraagt. Dat geldt vooral voor mensen met een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Bij ouderen die nog fit zijn, ligt de algemene streefwaarde onder 150. Als dat zonder klachten mogelijk is, kan worden bekeken of de bloeddruk verder richting 140 kan worden verlaagd.
Bij kwetsbare ouderen wordt eveneens vaak een bovendruk onder 150 aangehouden. Artsen zijn daarbij extra voorzichtig, omdat een te lage bloeddruk bijvoorbeeld duizeligheid kan veroorzaken en het risico op vallen kan vergroten.
Alleen je leeftijd bepaalt dus niet welk getal voor jou ‘goed’ is. Hoe fit of kwetsbaar je bent, kan minstens zo belangrijk zijn.
In het Verenigd Koninkrijk en de VS gelden andere waarden
In het Verenigd Koninkrijk geldt volgens de huidige richtlijn voor volwassenen onder de 80 jaar met hoge bloeddruk meestal een streefwaarde van minder dan 140/90 bij een meting in de spreekkamer.
Voor mensen van 80 jaar en ouder ligt die grens doorgaans op minder dan 150/90. Daarbij wordt wel gekeken naar iemands gezondheid, bijvoorbeeld naar kwetsbaarheid en andere aandoeningen.
In de Verenigde Staten ligt de streefwaarde lager. Volgens de bijgewerkte richtlijn uit 2025 wordt voor volwassenen in het algemeen gestreefd naar een bloeddruk onder 130/80 mmHg. Ook daar houden artsen rekening met iemands gezondheid en persoonlijke omstandigheden.
Twee artsen in verschillende landen kunnen je dus een ander streefgetal geven, zonder dat een van hen daarom met verouderde informatie werkt.
Waarom 135 thuis iets anders kan betekenen
Er is nog iets om rekening mee te houden: waar je je bloeddruk meet.
Een bloeddrukmeting thuis valt vaak wat lager uit dan een meting bij de huisarts. In de Britse richtlijn wordt bij thuismetingen bijvoorbeeld uitgegaan van een streefwaarde onder 135/85 voor mensen onder de 80 en onder 145/85 voor mensen van 80 jaar en ouder.
Ook de manier van meten maakt verschil. Een bovendruk van 140 in de spreekkamer komt grofweg overeen met ongeveer 135 bij een zorgvuldig uitgevoerde thuismeting en rond 130 bij een 24-uursmeting.
Een waarde van 138 op je eigen bloeddrukmeter kun je daarom niet zomaar vergelijken met een krantenkop waarin 140 als grens wordt genoemd.
Deze vragen kun je aan je huisarts stellen
In plaats van je blind te staren op één getal, kun je bij je volgende controle beter vragen welke streefwaarde voor jou geldt en waarom. Vraag ook of er voor thuismetingen een andere grens geldt dan voor metingen in de spreekkamer.
Heb je last van klachten zoals duizeligheid wanneer je opstaat? Bespreek dat dan ook. In alle richtlijnen speelt mee of iemand een lagere bloeddruk in de praktijk goed verdraagt.
Pas je bloeddrukmedicatie nooit zelf aan omdat je ergens een nieuwe streefwaarde hebt gelezen. Neem je thuismetingen mee naar je huisarts en bespreek samen welke bloeddruk voor jou passend is.