Het woon-werkverkeer is de helft van de ervaring
Voor de meeste mensen duurt de reis van hun auto naar de voordeur een paar seconden. Hier is het een deel van de charme. De tramrit zelf duurt ongeveer drie minuten om de hoofdhalte te bereiken, wat betekent dat elke aankomst gepaard gaat met een ingebouwde pauze tussen de buitenwereld en het leven thuis. In plaats van je naar binnen te haasten met je sleutels nog in de hand en je hersenen nog vastgeklonken aan boodschappen, verkeer of werk, krijg je een paar rustige minuten zwevend boven de heuvel. Het is het soort detail dat in eerste instantie onpraktisch klinkt, maar hoe meer je het je voorstelt, hoe meer het begint te voelen als een luxe.
De rit is niet alleen landschappelijk. Het verandert ook de sfeer van het huis. Omdat je het op een andere manier moet benaderen, voelt het huis meer weggestopt, persoonlijker en een beetje magischer dan een standaardhuis. Zelfs boodschappen worden deel van het verhaal. De tram kan meerdere mensen tegelijk vervoeren en maakt het naar boven slepen van tassen eenvoudiger dan het slepen door gangen of trappen. Wat het vreemdste deel van het huis lijkt, kan ook een van de meest praktische worden.
Natuurlijk gaat het niet allemaal moeiteloos. Het verhuizen van meubels vergde geduld, demontage en het in etappes naar boven slepen van spullen. Dat maakt het alleen maar fascinerender. Een huis als dit vraagt om toewijding. Het vraagt iets meer van de persoon die er woont. Maar in ruil daarvoor geeft het je een dagelijkse entree die geen enkel appartementencomplex of doodlopende straat in de voorsteden kan evenaren. Thuiskomen is hier niet alleen functioneel. Het is een ervaring.