Je staat minutenlang met de föhn voor de spiegel, maar het resultaat valt tegen. Rond je gezicht springen kleine haartjes omhoog, je lengtes pluizen en je haar ziet er eerder droog dan glanzend uit. Nog wat extra warme lucht lijkt dan de logische oplossing.
Alleen kan juist die extra warmte het probleem groter maken. Hoe warm je föhnt, hoe dicht je de föhn bij je haar houdt en hoe lang je één plek verwarmt, maken allemaal verschil. De Spaanse kapster Beatriz Matallana heeft daarom een eenvoudige tip voor dun of beschadigd haar.
Gebruik de koude stand aan het einde
Die knop met het sneeuwvlokje op je föhn wordt makkelijk vergeten. Je gebruikt warme lucht om je haar te drogen en in model te brengen en zet de föhn daarna weg. Toch adviseert de Spaanse kapster Beatriz Matallana om juist aan het einde over te schakelen op koude lucht, vooral bij dun of beschadigd haar.
In gesprek met het Spaanse lifestylemedium Trendencias zegt Matallana dat koude lucht kan helpen om verdere blootstelling aan warmte te beperken. Volgens haar kan die laatste koude lucht ook helpen tegen pluizen en losse haartjes en het haar er glanzender uit laten zien.
Dat klinkt simpel, maar de manier waarop je föhnt is sowieso belangrijker dan je misschien denkt.
Vooral temperatuur en afstand maken verschil
In een onderzoek uit 2011, gepubliceerd in Annals of Dermatology, werden haarstrengen herhaaldelijk gewassen en gedroogd onder verschillende omstandigheden. De onderzoekers vergeleken natuurlijk drogen met föhnen op verschillende temperaturen en afstanden.
Hoe hoger de temperatuur, hoe meer schade aan de buitenste laag van het haar werd gezien. De meeste schade ontstond bij de heetste test, waarbij de temperatuur ongeveer 95 graden Celsius was en de föhn op 5 centimeter afstand werd gehouden.
Er was ook een opvallende uitkomst. In dit laboratoriumexperiment veroorzaakte föhnen vanaf ongeveer 15 centimeter afstand, waarbij de föhn voortdurend werd bewogen, minder schade aan het haaroppervlak dan natuurlijk drogen.
Dat betekent niet dat 15 centimeter een magische veilige afstand is of dat föhnen altijd beter is dan je haar aan de lucht laten drogen. De onderzoekers werkten met haarstrengen in een laboratorium en testten maar een beperkt aantal omstandigheden. Wel laat het onderzoek zien dat temperatuur, afstand en beweging allemaal meetellen.
Dun haar heeft niet automatisch meer warmte nodig
Wie dun haar heeft, kan in de verleiding komen om de föhn zo heet mogelijk te zetten. Zo ben je immers sneller klaar. Maar meer warmte betekent niet automatisch een mooier resultaat.
De American Academy of Dermatology adviseert om overmatige hitte te vermijden, ongeacht je haartype. Wie een föhn gebruikt, kan volgens de dermatologen beter een lage of gemiddelde temperatuur kiezen en de blootstelling aan hitte beperken.
Bij dun haar draait het dus niet alleen om hoe je het in model krijgt, maar ook om hoeveel warmte je daarvoor nodig hebt.
Zo maak je je föhnroutine wat milder
Je hoeft je hele routine niet om te gooien. Begin bijvoorbeeld door overtollig water voorzichtig uit je haar te deppen in plaats van het stevig met een handdoek droog te wrijven. Nat haar is kwetsbaarder en hard wrijven kan het beschadigen.
Laat je haar als het kan eerst een paar minuten aan de lucht drogen voordat je de föhn erbij pakt. Gebruik vervolgens een lage of gemiddelde temperatuur en blijf de föhn bewegen. Richt de warme lucht niet minutenlang op dezelfde plek.
Als je bijna klaar bent met föhnen, kun je de knop voor koude lucht gebruiken. Dat repareert beschadigd haar niet en het onderzoek uit 2011 heeft de koude stand van een föhn ook niet specifiek getest. Het voordeel is vooral dat je tijdens de laatste paar seconden geen extra warmte meer toevoegt.
Een kleine aanpassing dus, maar wel eentje die makkelijk in je bestaande routine past. Je hoeft je föhn niet de deur uit te doen. Let vooral op hoeveel warmte je gebruikt, hoe dicht je hem bij je haar houdt en hoe lang je op één plek blijft.