Gebruik je na je 50ste nog glimmende oogschaduw? Visagisten raden aan het anders te doen

Misschien ligt er al jaren hetzelfde oogschaduwpalet in je badkamerlade. En waarschijnlijk breng je je oogschaduw nog steeds op dezelfde manier aan. Een beetje glans over je hele ooglid, wat mascara erbij en klaar. Maar naarmate je ouder wordt, kan die vertrouwde manier van opmaken ineens een ander resultaat geven.

Volgens de bekende Spaanse visagist Jesús Serrano kan vooral glimmende oogschaduw bij hangende oogleden minder mooi uitpakken. Dat komt doordat glans het licht weerkaatst, waardoor de huid op die plek voller lijkt. Als de huid boven je ogen wat slapper is geworden, kan glimmende oogschaduw de plooitjes juist meer laten opvallen. Daardoor kunnen je ogen zwaarder of vermoeider lijken.

Betekent dit dat je na je 50ste geen glimmende oogschaduw meer kunt dragen? Zeker niet. Volgens Serrano maakt het vooral uit waar je de oogschaduw aanbrengt.

Waarom glimmende oogschaduw hangende oogleden meer laat opvallen

In een recent artikel van de Spaanse krant El Español legt Serrano uit dat te veel glimmende oogschaduw een veelgemaakte fout is bij hangende oogleden.

Oogschaduw met glitters, een metallic glans of een subtiele schittering kan je ogen laten stralen. Juist daarom kiezen veel vrouwen ervoor. Maar als je de glimmende kleur over je hele ooglid aanbrengt, kan het resultaat anders zijn dan je had verwacht.

Vooral wanneer de huid boven je ooglid wat overhangt, kan de glans die huidplooi extra laten opvallen. In plaats van je ogen een frisse, open uitstraling te geven, kunnen ze daardoor juist wat zwaarder lijken.

Het gaat hierbij om een optisch effect. Je hoeft dus echt niet te stoppen met je favoriete glimmende oogschaduw. Door de kleur op een andere plek aan te brengen, kun je al een heel ander resultaat krijgen.

Je hoeft glimmende oogschaduw niet weg te gooien

Volgens Serrano hoef je je make-uptasje niet meteen uit te mesten. Het gaat er vooral om dat je glimmende oogschaduw wat gerichter gebruikt.

Ook andere visagisten geven dat advies. In een artikel van de Britse Vogue raden visagisten aan om oogschaduw met glans vooral bij de binnenste ooghoeken aan te brengen, in plaats van over je hele ooglid.

Een klein beetje fijne, glimmende oogschaduw bij je binnenste ooghoek kan je blik al wat frisser maken. De glans vangt daar het licht, zonder dat de huidplooi boven je oog extra opvalt.

Je kunt ook een klein beetje glans aanbrengen op het deel van je ooglid dat zichtbaar blijft wanneer je recht vooruitkijkt.

Het belangrijkste is dat je niet te veel gebruikt. Vaak is een klein beetje glans al voldoende.

Waarom matte oogschaduw juist een goede keuze kan zijn

De Spaanse visagiste Cristina G. Nuevo heeft nog een andere tip. Zij raadt aan om goed te kijken naar het verschil tussen matte oogschaduw en oogschaduw met een subtiele glans.

In een artikel van El Español van 26 oktober legt ze uit dat je met matte oogschaduw je ogen op een zachte manier meer vorm kunt geven. Oogschaduw met een satijnglans kan juist voor een frisse uitstraling zorgen, zonder dat de glans te veel opvalt.

Het verschil zit vooral in de manier waarop de oogschaduw het licht weerkaatst. Matte oogschaduw glanst nauwelijks. Oogschaduw met een satijnglans heeft een zachte glans, terwijl metallic oogschaduw veel meer schittert.

Volgens Nuevo is het ook slim om bij het kiezen van een kleur naar je eigen oogkleur te kijken. Een oogschaduwkleur die afsteekt tegen je oogkleur kan je ogen extra laten spreken. Natuurlijk spelen ook je huidskleur en je eigen smaak een rol.

Zo gebruik je de oogschaduw die je al in huis hebt

Je hoeft voor deze manier van opmaken geen nieuwe oogschaduw te kopen. Grote kans dat je de juiste kleuren al in huis hebt.

Kijk eerst eens goed naar je oogschaduwpalet. Breng eventueel drie verschillende kleuren aan op de rug van je hand en bekijk ze bij daglicht. Een matte kleur glanst nauwelijks, een kleur met satijnglans glimt een beetje en een metallic kleur schittert duidelijk meer.

Vervolgens kun je deze drie stappen proberen:

  1. Begin met een matte kleur. Kijk recht vooruit in de spiegel en breng een neutrale, matte oogschaduw aan net boven de plooi van je bovenooglid. Zo blijft de kleur zichtbaar als je je ogen open hebt. Vervaag de oogschaduw voorzichtig, zodat er geen harde lijnen ontstaan.
  2. Gebruik een lichte kleur op je ooglid. Breng een lichte, matte oogschaduw of een kleur met een subtiele satijnglans aan op het zichtbare deel van je ooglid. Probeer te voorkomen dat er te veel oogschaduw in de huidplooi terechtkomt.
  3. Voeg een beetje glans toe. Gebruik een klein kwastje om een vleugje glimmende oogschaduw bij je binnenste ooghoek aan te brengen. Laat de kleur zacht overlopen in de rest van je oogschaduw.

Deze manier van aanbrengen sluit aan bij de adviezen die professionele visagisten delen in een artikel van Glamour UK.

Ook met eyeliner kun je je ogen wat zachter laten uitkomen. Zo leggen visagisten uit waarom een bordeauxrood oogpotlood na je 50ste soms een mooi alternatief kan zijn voor zwart.

Uiteindelijk hoef je je manier van opmaken helemaal niet drastisch te veranderen naarmate je ouder wordt. Je kunt gewoon de kleuren blijven gebruiken die je mooi vindt. Soms maakt het al een groot verschil als je ze nét even anders aanbrengt.

AI image for illustration