Hij trok de bovenste bundel los. Paspoorten. Niet één, maar meerdere met verschillende namen, verschillende landen en verschillende foto’s van dezelfde man. Sommige hadden het onmiskenbare gezicht van zijn oom, andere hadden subtiele variaties, een jongere versie van dezelfde man die door identiteiten heen glipte. Andrews maag draaide zich om. Wat had Henry gedaan met zoveel levens?
De pagina’s waren bezaaid met stempels: Parijs, Wenen, Berlijn, Warschau. Jaren tijdens en na de oorlog. Andrew bladerde er koortsachtig doorheen, zijn ongeloof nam toe. Elk paspoort vertelde een fragment van een leven dat in de schaduw werd geleefd, bewegend door Europa in tijden waarin gewoon reizen onmogelijk was. Zijn oom was niet teruggetrokken, hij was heimelijk geweest.