Het was er druk op de manier waarop banken druk waren – niet luidruchtig, niet chaotisch, maar dicht bezet, elke balie bezet, elk loket met een rij, mensen die zich tussen de stations bewogen met de doelgerichte efficiëntie van degenen die precies wisten waar ze naartoe gingen. Elias stond even bij de ingang, hoed in de hand, en keek naar zijn briefje.
Hij vond de receptie links van hem en sloot zich aan bij de korte rij ervoor. Twee mensen voor hem, die allebei leken te weten wat ze wilden en het snel voor elkaar kregen – een formulier overhandigd, een telefoonnummer bevestigd, klaar. Toen hij de balie bereikte, keek de jonge vrouw erachter naar hem op met de alerte, professionele uitdrukking van iemand die halverwege de ochtend was en nog steeds in de pas liep.