Stemmen weerklonken achter haar, geschreeuw en gefluit doorkliefden de storm. Elise ging alleen verder, vastbesloten om hen als eerste te bereiken. Het bos sloot zich, takken klauwden in haar gezicht. Ze herinnerde zich Shadow als een miauwend welpje, met kleine pootjes aan haar mouw. Nu verdraaide elke herinnering met angst voor wat hij was geworden.
Een blauwe sjaal bleef haken aan een braamstruik en hield haar tegen – raketten gestikt op de stof, Theo’s favoriet. Vlakbij cirkelden pootafdrukken, dicht tegen kleinere voetafdrukken gedrukt. Elises adem versnelde. De patronen waren niet gewelddadig, niet achtervolgend, maar begeleidend. Maar wie zou dat geloven? Voor anderen zou het schreeuwen om roofdier en prooi.