Toen hoorde hij het. Een blaf, scherp en bekend, dwars door wind en regen. Ethan draaide zich om en voelde zijn hart breken. Bella. Op de een of andere manier was ze haar kennel uitgeglipt, het geluid van de storm volgend en het gebrul dat haar al jaren achtervolgde. Ze draafde de gang in, met stijve staart en gespitste oren, Ethan’s wanhopige schreeuw negerend. “Nee! Bella, blijf daar!”
Het personeel hijgde, geweren in paniek omhoog. Ethan wierp zich tussen hen in, zijn stem brak. “Niet schieten!” Bella kroop dichterbij, haar neus trilde. De leeuw hurkte laag, zijn spieren gespannen, zijn kaken op elkaar. De wereld hield zijn adem in. Elk instinct van Ethan schreeuwde rampspoed uit.