Owen aarzelde en hield zijn hand boven de doorweekte klep van de doos. Er klonk een zacht geritsel van binnenuit, en toen stilte. Hij wierp een blik op de anderen. Clara’s ogen stonden wijd open, Toms mond hing in een strakke lijn. “Wees voorzichtig,” mompelde Tom. “Er kan van alles in zitten.”
Owen knikte en gleed met zijn vingers onder het natte karton. Het viel met een vochtige scheur uit elkaar. Eerst gleed er een klomp modder uit, toen bewoog er iets zachts onder; klein, trillend, half verborgen. Even sprak er niemand. Het ding binnenin trilde opnieuw, helemaal bedekt met dikke bruine modder, niet te onderscheiden onder het vuil. Een zwak gejammer ontsnapte, zwak maar levend.