Samantha kon zich de uitleg nauwelijks herinneren. Ze kon alleen maar naar Juniper staren, met een bonzend hart en tranen die haar verblindden. Ze schreeuwde het uit en reikte met trillende armen naar hem. Alex grijnsde en legde de kat voorzichtig in haar omhelzing. Juniper drukte zijn kop meteen in Samantha’s nek en spinde zo hard dat zijn hele lichaam trilde.
Ze viel op haar knieën in de modderige boomgaard en hield hem stevig vast. “Jij stomme, prachtige jongen,” fluisterde ze tegen zijn vacht. “Ik schrok me half dood.” Juniper antwoordde met nog een luide, rommelende snor en sloeg zijn poten om haar pols.