Het jong knuffelde de borst van zijn moeder, zijn zachte gejammer werd vervangen door een vermoeide grom. De grotere beer gaf Evelyn een laatste, lange blik voor hij zich omdraaide in de richting van waar ze gekomen waren. De moederbeer volgde, haar passen langzamer, het jong draafde nu naast haar.
Evelyn liep achter hen. Ze begeleidden haar deze keer niet – ze liepen met haar mee. Drie silhouetten slingerden door het bos, het gouden licht van de vroege avond filterde door de bomen.