“Pas toen ik mijn begrafenis wilde regelen, kwam de pastor bij mij thuis, en het enige wat hij vroeg was dat ik zijn kerk zou gedenken in mijn testament. Toen werden mijn vermoedens over de pastoor bevestigd.”
“Ik had eerder mijn testament geschreven, waarin wel een tiende voor de kerk was opgenomen, ter hoogte van zestig procent van mijn hele nalatenschap.” Ik dacht altijd dat de kerk mijn tweede huis was.