Elias stak zijn hand op om aan te geven dat hij zich om moest draaien. Maar Edwin aarzelde, zijn blik gefixeerd op de duisternis beneden, alsof iets daar beneden hem riep. Elias’ licht veegde over de zeebodem. De ketting dook in de richting van een grillige richel die wegliep in open water.
Hij voelde zijn borstkas samentrekken. Ze waren nu voorbij de veilige plaat, waar de zeebodem honderden meters naar beneden stortte. Hij aarzelde. Haaien joegen op deze diepten en de stroming kon binnen enkele seconden dodelijk worden. Maar de ketting stopte niet, hij stroomde recht over de rand van de klif en verdween in de zwarte leegte eronder.