Maar tussen de angst door was er iets stillers, iets ouder. De pijn om weer nodig te zijn. Toen ze eindelijk door de ziekenhuisdeuren stapte, trof de antiseptische lucht haar hard. Lisa zat in de wachtkamer, bleek en met holle ogen, haar vingers om een vochtige tissue geklemd. “Ze zijn er,” zei Lisa zodra ze haar zag.
“De dokter denkt dat het een maaginfectie is, maar hij weet het nog niet zeker. Ze geven ze vocht.” Helen legde een hand op haar schouder. “Laten we gaan.” In de kleine ziekenhuiskamer zoemde de zachte machinerie van bezorgdheid. Emma’s huid glinsterde van de koorts, haar ademhaling was oppervlakkig. Jake bewoog zwakjes naast haar.