“Proost,” mompelde Anna zachtjes, terwijl ze haar glas in zijn richting hief. Haar hand was stevig, maar haar ogen verraadden een glinstering van aarzeling, alsof ze zich afvroeg of een toost echt het gewicht van het onuitgesprokene kon wegspoelen.
“Proost,” zei Oliver en hij hief zijn glas met trillende hand. Hij nam een slok, maar de bruisende vloeistof kon de brok in zijn keel niet wegspoelen. Zijn blik ging terug naar de laptop, die nu donker was omdat hij in de slaapstand was gegaan, het scherm een zwarte leegte die zijn eigen interne conflict leek te weerspiegelen.