Niet één keer. Maar de tekenen werden steeds moeilijker te negeren. En langzaam kroop er een gedachte in zijn hoofd die zijn borstkas verstrakte: toen hij weg was, was er iemand hier. Arthur begon zijn vistochten in te korten.
Eerst een uurtje minder, toen een halve ochtend, tot hij uiteindelijk helemaal stopte. Hij vertelde zichzelf dat het de leeftijd was, dat de wandeling naar de rivier langer werd en de zon heter. Maar de waarheid knaagde aan hem: hij kon zich niet ontspannen in de wetenschap dat iemand het zwembad zou kunnen gebruiken terwijl hij weg was.