De glimlach van de lange man werd breder, niet warm, niet vriendelijk. Het soort glimlach waar Liams maag van ineenkromp. Ethans kaak klemde zich op elkaar. Hij wist precies waarvoor ze gekomen waren. Het dek voelde ondraaglijk klein met de vier mannen erop. Hun aanwezigheid vulde elke hoek, hun bewegingen zelfverzekerd, verzekerd.
Liam zat stijf op de bank, de touwen van angst spanden zich rond zijn borst tot hij nauwelijks adem kon halen. De lange piraat bleef in de buurt van Ethan staan, zijn blik gefixeerd en zonder te knipperen. Hij schreeuwde niet meer, dat was niet nodig. Zijn stilte was een gewicht op zich, dat op hen beiden drukte. Een van de anderen liep langzaam langs Liam, de zolen van zijn natte laarzen dreunden tegen het hout.