Uren later flikkerden de havenlichten over het water toen Marcus en Aaron op de kade stapten, hun benen wankel na de lange sleep terug. De kustwacht had de piraten in hechtenis genomen, hun boot in beslag genomen en het bewijs netjes in verzegelde kratten gestapeld. Maar Marcus had iets heel anders bij zich.
Zijn camera hing zwaar in zijn handen, waterdruppels kleefden nog aan de behuizing. Binnenin zat de geheugenkaart boordevol beelden – het rif dat in kleur opbloeide, de schaduw in het blauw, de wrede beet van de harpoen, de explosies die door koraal scheurden dat ouder was dan de geschiedenis. Bewijs van wat er was gedaan. Aaron klopte hem op de schouder, vermoeid maar opgelucht.