Een enorme witte haai kwam op een duiker af. Toen gebeurde het ondenkbare

“Je gaat hiermee voor opschudding zorgen,” zei hij zacht. “Meer dan we allebei gepland hadden.” Marcus antwoordde niet. Zijn gedachten bleven niet hangen bij het bewijs, zelfs niet bij de arrestaties, maar bij de blik van de haai. De manier waarop het had verdragen, de manier waarop het in stilte had gezweefd, en toen – onmogelijk – de manier waarop het hem van de dood had weggeleid.

In de stilte van het dok, met meeuwen die boven hem huilden en de zee die tegen de pylonen kabbelde, stelde Marcus zich voor dat het wezen nog steeds ergens in het donker bewoog. Niet als een schaduw, niet als een roofdier, maar als iets veel ouder, veel vastberadener dan hij ooit zou kunnen benoemen. Hij ademde langzaam uit en draaide de camera om in zijn handen. Morgen zou hij de beelden afleveren.