Daniel liep door de hal met de telefoon nog warm in zijn hand, elke stap tegen het hout een test voor zijn zenuwen. De woorden van de officier weerklonken in zijn hoofd: Blijf bij je familie. Probeer geen held te zijn. Maar de gedachte aan Claire en de jongens die boven vastzaten was ondraaglijk.
Bovenaan de trap pauzeerde hij met een bonzend hart. Beneden viel het zwakke schijnsel van het licht van de veranda op de woonkamer. Een figuur zat gehurkt bij de laden en doorzocht ze met verwoede, schokkerige bewegingen. De vermiste gevangene. Zijn jas was gescheurd, zijn gezicht hol, maar zijn ogen glinsterden wanhopig.