Liams schouders zakten uiteindelijk in elkaar. Eerst leek het alsof hij alles ging ontkennen, maar Vance zag de verslagenheid door hem heen sijpelen. “Ja,” antwoordde hij rustig. “Ik kende hem wel.” Hij keek weg. “Ik was degene die hem die baan bezorgde.” De zin kwam harder aan dan welke stoot dan ook.
“Welke baan?” Vroeg Vance scherp. Hij wist al dat het antwoord meer zou omvatten dan autorijden. Liam staarde naar de regen die langs de voorruit naar beneden gleed. “Spullen verplaatsen,” zei hij. “Niet illegaal, precies. Maar spullen die niet op de markt horen te zijn. Contant geld, kleine pakketjes. Ik zei hem dat het makkelijk geld was.”