Een bewaker verscheen voor haar deur, houding stevig, uitdrukking onleesbaar. Hij sprak of bewoog niet, hij stond gewoon als een barrière. Zijn aanwezigheid was niet geruststellend. Bewakers werden niet zonder reden aangesteld. Sandra’s maag zakte naar beneden toen ze begreep dat dit niet langer een routineprocedure was, maar iets verankerd in achterdocht of gevaar.
Het personeel bleef blikken uitwisselen in de gang, hun bewegingen waren nu weloverwogener. Telkens als Sandra iemands blik wilde vangen, keken ze te snel weg. De woordeloze spanning voelde verstikkend en wikkelde zich om haar heen als een steeds strakker wordend net. Ze voelde dat ze zich ergens op voorbereidden, zich schrap zetten voor een uitkomst die ze niet kon voorzien.