Ze knikte, maar de woorden gingen door haar heen als de wind. Tegen de tijd dat ze bij de zaal aankwam, was de gymzaal van de school omgetoverd in een glinsterend, glamoureus tafereel dat goud gekleurd was door strijklichtjes en spotjes. Studenten draaiden in glinsterende jurken. Jongens in pak maakten hun stropdas onhandig los. Een ballonnenboog omlijstte de ingang, hoog en belachelijk.
Een lerares verzamelde kaartjes bij de deur, glimlachte stralend, alsof dit zomaar een schoolbal was, elk jaar, elke normale avond. Shirley scande de menigte op het moment dat ze naar binnen stapte. Een deel van haar haatte zichzelf omdat ze het had gedaan. Maar een ander deel, het angstige, trillende deel, wist dat ze er niets aan kon doen. Ze zocht hem. Voor het geval dat. Hij was er niet.