Eén agent deed de achterdeur open en scheen met zijn zaklamp naar binnen. De lichtstraal ving het gescheurde fluweel op en een vage glinstering van kleur eronder. Hij bevroor en hief toen zijn radio. “Centrale, we hebben hier iets groots,” zei hij zachtjes. “Bel de contactpersoon van het museum.”
Tegen zonsopgang zat Dan in een warme kamer op het bureau, een deken over zijn schouders en een kop koffie koelend in zijn handen. Rechercheurs gingen heen en weer om alles in elkaar te passen. De “meubelklus” was nooit een meubel geweest; het was vanaf het begin een dekmantel.