Man loopt 20 mijl naar zijn “werk” tot op een dag een agent hem volgt en ziet waarom

Ik wist het op het moment dat ik naar hem toe stapte. De lege blik. De vertraagde antwoorden. De manier waarop zijn lichaam losjes bleef, klaar. Ik greep naar de handboeien en zei tegen mezelf dat ik klaar was met twijfelen. Ik was er klaar mee om mijn instinct naar beneden te laten praten door smoesjes. Toen rende hij.

Niet uitzinnig. Niet wild. Netjes en snel, alsof hij de afstand had gemeten en besloten had dat het het risico waard was. Mijn borstkas spande zich aan toen ik achter hem aan rende, laarzen sloegen tegen het beton, de radio stuiterde nutteloos tegen mijn zij. Elke stap voelde zwaarder dan de vorige. Dit was niet mijn terrein. Dit was niet mijn dag.

Ik zette toch een tandje bij, terwijl mijn longen brandden van de paniek. Als ik hem nu zou kwijtraken, wist ik precies hoe dit zou aflopen. Nog een verslag. Weer een gezicht dat ik me te laat zou herinneren. Weer een verdachte die verdween omdat ik één keer aarzelde en er twee keer voor moest boeten. Ik zat niet meer achter een man aan, ik zat achter het moment aan waarop dit ophield mijn mislukking te zijn.