“Samuel.” Diane’s stem van achter Ray, scherp en krakend. “Samuel, stop -” Hij stopte niet. De gezelligheid was helemaal verdwenen, weggevallen als iets wat hij niet langer hoefde te dragen, en wat ervoor in de plaats kwam was pure berekening – de deur, de trap, de uitgang. Ray stond al op en liep voordat hij bewust had besloten om te lopen. Samuel rende.
Niet de voorzichtige, afgemeten tred van een man die dit eerder had gedaan – hij rende, jas in de hand, twee trappen tegelijk op, het geluid weerkaatste door het trappenhuis. Ray liep achter hem aan, met één hand op de leuning, sneller dan een man van zijn leeftijd zou moeten lopen, met de flashdrive nog in zijn zak en veertig jaar aanwezigheid die hem bij elke trede naar beneden stuwde.