Adrian haalde zijn telefoon tevoorschijn, zijn vingers trilden toen hij om hulp belde. Minuten later was er een reddingsteam onderweg met transportkooien en kalmerende middelen. Tegen het vallen van de avond lagen wolf en welp veilig in het ziekenhuis, zwak maar levend. Hun vreemde band hield stand onder steriele lampen en verbaasde iedereen die het zag.
Toen Adrian naar het paar keek dat vredig in het ziekenhuis lag, kon hij niet anders dan zich verbazen over wat hij zag. Hij wist dat hij getuige was geweest van iets zeldzaams en heiligs, het bewijs dat liefde in het wild honger, instinct en zelfs de soort zelf kon trotseren.