Vier maanden later nam Manny Reyes officieel afscheid van de zee. Het feest vond plaats in zijn achtertuin, onder een blauw plastic zeil dat tussen twee grote mangobomen was gespannen, en de helft van de bemanning was speciaal overgevlogen om aanwezig te zijn, waaronder kapitein Holm, die helemaal uit Kopenhagen was gekomen. De rederij reikte hem een officiële medaille voor moed uit, samen met een cheque van vijfentwintigduizend dollar.
Lorna, de vrouw van Manny, las de eerbetoonbrief van de marine twee keer trots hardop voor. Manny deed al het koken zelf; niemand kon hem weghouden van de barbecue. Joel hield een oprechte toost, waarbij hij halverwege in tranen uitbarstte. Daarna overhandigde de bemanning hun belangrijkste cadeau: een grote tafelradio met een felrood stroboscooplampje dat bovenop was bevestigd. „Deurbel, telefoon, rookmelder – zodra een van die dingen afgaat, gaat dat lampje knipperen,” verkondigde Joel trots aan de aanwezigen. „Je zult nooit meer een alarm missen.”
Iemand vroeg Manny wat er door hem heen was gegaan toen hij de deur van de kombuis opendeed en vier gewapende mannen zag staan. Manny glimlachte en wendde zich weer tot de grill. „Ik dacht dat de adobo aan het aanbranden was. In de dertig jaar dat ik op zee ben, heb ik de adobo nog nooit laten aanbranden.” Toen zette hij zijn nieuwe radio aan en draaide de volumeknop helemaal open.