Andrew voelde het meteen. Er was gewoon geen tijd meer. “Als dat ding blijft gaan-” Jack liet hem niet uitpraten. “Het gaat recht op de kust af.” Andrew knikte. Zelfs vanaf hier kon hij het zich voorstellen. Zwemmers. Mensen in het water. Niemand verwachtte een boot op volle snelheid zonder iemand aan het stuur. Hij gaf meer gas.
“Zo ver laten we het niet komen.” Ze trokken weer langszij. Dichtbij, maar niet te dichtbij. De grotere boot schommelde lichtjes, zijn kielzog duwde tegen hen aan. Andrew paste zich voorzichtig aan. “Eén verkeerde slag en wij zijn degenen die kopje onder gaan,” mompelde hij. Jack bleef naar de kajuit kijken. “Wat als er iemand binnen is?”
Andrew schudde zijn hoofd. “Dan zouden ze nu wel naar boven zijn gekomen.” Jack claxonneerde opnieuw. Niets. Geen beweging. Geen reactie. Alleen datzelfde gestage gebrom van de motor. Jack liet de claxon langzaam zakken. “…Dat is niet normaal.” Andrew ademde uit. Toen belde hij. “We gaan erop af.” Jack draaide zich scherp om. “Terwijl het beweegt?”
Andrew keek niet weg. “Als we het niet doen… lopen niet alleen wij meer gevaar.”