In de loop van de volgende maand voltrekte zich een waar wonder op het aanrecht van Maggie. Het kwetsbare roze ‘jellybean’ onderging een ingrijpende verandering. Zijn bleke huid werd donkerder tot een diep leigrijs, en zijn snuit rekte uit tot een langgerekte, naar beneden gebogen buis.
Eerst verscheen er zachte, fluweelachtige dons over zijn hele lichaam, waarna er op wonderbaarlijke wijze kleine, witte, naaldachtige stekels uit zijn rug tevoorschijn kwamen. Maggie maakte een zacht stoffen zakje dat ze om haar nek droeg, zodat de groeiende puggle dicht bij haar lichaamswarmte bleef.
Het kleine beestje werd een rustpunt op de boerderij en bracht nieuw leven en een nieuw doel terug in een huis dat zo volkomen kapot had geleken. Maggie merkte dat ze weer glimlachte terwijl ze haar ochtendklusjes rond het kippenhok deed.