5. Plantenopsteller
Linda hield van kunstplanten omdat ze een beetje groen toevoegden zonder veel aandacht te vragen. Het probleem was om ze goed te schikken. Lange stelen schoven heen en weer in grote sierpotten, en kleine takjes op haar boekenplanken hingen over naar welke kant de zwaartekracht ze ook maar duwde. Ze had geprobeerd de potten vol te proppen met papier en andere rommel, maar niets hield de stelen precies op de plek waar ze ze wilde hebben. Restjes zwemnoodles werkten verrassend goed.
Voor een grote plantenbak knipte Linda een aantal stukjes noodle af en legde die erin als lichtgewicht vulmateriaal. Zo kon ze de kunststelen in het schuim steken en ze netjes uit elkaar plaatsen, zonder de hele pot met iets zwaars te hoeven vullen. Hetzelfde idee werkte ook op kleinere schaal. Korte stukjes noodle pasten in kleine potjes, potjes of mandjes op haar boekenplanken, waardoor kleinere kunstbloemen iets zachts maar stevigs hadden om zich aan vast te hechten.
Het voordeel zit hem niet alleen in het uiterlijk. Grote decoratieve potten blijven lichter en zijn gemakkelijker te verplaatsen, wat handig is als je af en toe graag de inrichting van een kamer verandert. Ook kleinere arrangementen zijn gemakkelijker aan te passen, omdat elke steel afzonderlijk kan worden verplaatst. Al snel merkte Linda dat ze elk overgebleven stukje schuim bewaarde. Zelfs een kort restje kon dienst doen als handige steun in een kleine schaal.