Waarom je aardappelen nooit in water moet koken

Wat verdwijnt er in het kookwater?

Het belangrijkste probleem bij het koken van aardappelen is simpel: in water oplosbare voedingsstoffen kunnen vanuit de aardappel in het kookwater terechtkomen. Aardappelen bevatten van nature kalium, vitamine C en diverse andere vitamines en mineralen. Uit onderzoek is gebleken dat koken een deel van deze voedingsstoffen kan verminderen, vooral wanneer aardappelen worden geschild, in kleine stukjes worden gesneden en in ruim water worden gekookt. Hoe groter het blootgestelde oppervlak, hoe gemakkelijker de voedingsstoffen kunnen ontsnappen.

Kalium is een goed voorbeeld. Uit een onderzoek bleek dat het koken van aardappelblokjes het kaliumgehalte aanzienlijk verminderde, terwijl geraspte aardappelen nog meer kalium verloren. Ook vitamine C is kwetsbaar, omdat deze in water oplosbaar en gevoelig voor hitte is. Gekookte aardappelen zijn niet per se ongezond, maar als je de pan afgiet en het kookwater weggooit, verliezen ze een deel van hun voedingswaarde.

Er is nog een reden waarom je misschien een verschil proeft: de smaak. Aardappelen die in veel water worden gekookt, kunnen zachter en wat flauwer smaken, vooral als ze te lang gekookt zijn. Als je toch de voorkeur geeft aan koken, laat dan waar mogelijk de schil eraan zitten, snijd de stukken wat groter en kook ze niet langer dan nodig is. Die paar kleine aanpassingen zorgen ervoor dat de aardappel meer van zijn smaak behoudt.