De binnenkant werd een puzzeldoos
Van binnen werkte het huis alleen omdat er geen ruimte was voor afval. In een normaal appartement kon rommel zich verstoppen in lades, kasten en vergeten hoekjes. Hier was dat niet het geval. Kleding, beddengoed, werk en dagelijkse benodigdheden moesten allemaal passen in een ruimte die kleiner was dan veel badkamers.
Wilson verkleinde zijn bezittingen drastisch. Kleding, kleine kookspullen en andere benodigdheden werden opgeborgen in compacte ruimtes, waaronder opbergvakken onder een valse vloer. Een slaapgedeelte maakte de container bruikbaarder, maar het comfort bleef beperkt. Niets kon zomaar naar binnen worden gebracht. Als er een voorwerp binnenkwam, moest er vaak een ander weg.
Dat maakte het interieur zo interessant. Het maakte geen indruk omdat het luxueus was. Het maakte indruk omdat het echt eenvoudig was. De piepkleine ruimte maakte van het gewone leven een zichtbare berekening: hier slapen, dit daar opbergen, hier zitten, hier ademen en op de een of andere manier doorgaan.