Moet je de luchttoevoer van je houtkachel ’s nachts dichtdraaien? Dit adviseren experts

Zodra de avonden kouder worden, wil je natuurlijk dat je houtkachel je huis zo lang mogelijk warm houdt. Sommige mensen draaien daarom vlak voor het slapengaan de luchttoevoer bijna helemaal dicht. Zo zouden de houtblokken langzamer opbranden en liggen er de volgende ochtend misschien nog gloeiende kooltjes in de kachel.

Maar is dat wel verstandig? Het lijkt een handige manier om langer met je brandhout te doen, maar de hoeveelheid lucht die het vuur krijgt, speelt een belangrijke rol bij de verbranding. Ook een thermometer op de kachelpijp kan je helpen om te zien of je kachel binnen het aanbevolen temperatuurbereik werkt.

Waarom je houtkachel voldoende lucht nodig heeft

Om goed te branden, heeft hout zuurstof nodig. Knijp je de luchttoevoer te veel af, dan kunnen de vlammen verdwijnen en gaat het hout smeulen in plaats van goed te verbranden.

Dat lijkt misschien een manier om het vuur langer te laten branden, maar er kleven nadelen aan. Bij onvolledige verbranding komen meer rook en schadelijke stoffen vrij. Ook kunnen roet en andere afzettingen zich ophopen in het rookkanaal. Daardoor kan het risico op een schoorsteenbrand toenemen.

HETAS, een Britse organisatie die zich inzet voor veiligere en schonere verwarming met vaste brandstoffen, raadt af om een houtkachel langdurig te laten smeulen door de luchttoevoer sterk te beperken.

Ook in Nederland wordt benadrukt dat hout voldoende lucht nodig heeft om goed te verbranden. Volgens Milieu Centraal is het belangrijk om het vuur niet te smoren. Een goed brandend vuur heeft doorgaans rustige, gele vlammen en veroorzaakt weinig zichtbare rook.

Komt er donkere rook uit de schoorsteen of wordt het glas van je kachel steeds zwart? Dan kan dat erop wijzen dat het hout niet goed verbrandt.

Wat vertelt een thermometer op de kachelpijp je?

Misschien heb je weleens een kleine thermometer gezien die met een magneet aan de metalen kachelpijp boven de houtkachel vastzit. Zo'n thermometer meet de oppervlaktetemperatuur van de pijp. Daarmee kun je inschatten of de kachel binnen het aanbevolen temperatuurbereik werkt.

De kleurzones verschillen per model, maar geven meestal aan of de pijp te koud is, binnen het aanbevolen bereik valt of juist te heet wordt.

In de handleiding van Condar voor een magnetische thermometer staat bijvoorbeeld een aanbevolen oppervlaktetemperatuur van ongeveer 110 tot 250 °C voor een enkelwandige kachelpijp. Een lagere temperatuur kan wijzen op onvolledige verbranding en een grotere kans op afzettingen. Wordt de pijp te heet, dan kan dat erop wijzen dat de kachel oververhit raakt.

Deze waarden gelden niet voor iedere kachel of thermometer. Controleer daarom altijd de instructies van de fabrikant.

Let ook op het type kachelpijp. Magnetische thermometers zijn bedoeld voor enkelwandige metalen pijpen. Bij een dubbelwandige of geïsoleerde pijp is doorgaans een geschikte insteekthermometer nodig. Volg hiervoor de aanwijzingen van de fabrikant.

Brandt je hout echt langer als je de luchttoevoer dichtdraait?

Niet per se. Als je de luchttoevoer te sterk beperkt, kan het vuur langer blijven smeulen zonder veel bruikbare warmte af te geven. Je woonkamer wordt dan mogelijk minder warm, terwijl er meer rook ontstaat en zich extra aanslag in het rookkanaal kan vormen.

Er is bovendien een verschil tussen het vuur vanzelf laten uitdoven en vlak voor het slapengaan nieuwe houtblokken toevoegen om ze vervolgens met zo weinig mogelijk lucht te laten smeulen. Vooral dat laatste kan leiden tot een onvolledige verbranding.

Hoe je de kachel het beste bedient, hangt af van het type en model. Volg daarom de voorschriften van de fabrikant voor het regelen van de luchttoevoer, het bijvullen van hout en het laten uitdoven van het vuur. Ga er niet zomaar van uit dat iedere houtkachel op dezelfde manier werkt.

Wat kun je het beste doen voordat je naar bed gaat?

In plaats van de luchttoevoer bijna helemaal dicht te draaien om je hout langer te laten branden, kun je je beter richten op een goede verbranding.

  • Stook met droog, onbehandeld hout. Vochtig hout veroorzaakt meer rook en brandt minder efficiënt.
  • Zorg voor voldoende luchttoevoer. Houd ventilatieopeningen vrij en stel de luchtregeling van de kachel in volgens de handleiding.
  • Houd de temperatuur in de gaten. Met een geschikte thermometer kun je zien of de kachelpijp te koud of juist te heet wordt.
  • Onderhoud je kachel en rookkanaal. Laat de schoorsteen regelmatig vegen en zorg voor een goed werkende koolmonoxidemelder op de juiste plek.

De luchttoevoer dichtdraaien lijkt misschien een eenvoudige manier om je hout tot de volgende ochtend te laten branden. Maar als het vuur daardoor gaat smeulen, kan dat juist meer rook en minder bruikbare warmte opleveren. Met droog hout, voldoende lucht en de juiste instellingen volgens de handleiding kun je je houtkachel veiliger en efficiënter gebruiken.

Adobe Stock