4. Gebruik ‘chunking’ in plaats van voortdurend opruimen
Een kamer kan er rommelig uitzien, zelfs als je alles wat erin staat daadwerkelijk gebruikt. Het gaat niet om het aantal voorwerpen, maar om de manier waarop je hersenen die verwerken. Tien kleine voorwerpen die verspreid over een oppervlak liggen, worden door je hersenen als tien afzonderlijke dingen geregistreerd. Als je diezelfde tien voorwerpen bij elkaar zet, kunnen je hersenen ze als één visuele eenheid waarnemen. Deze techniek staat bekend als ‘chunking’.
Probeer het eens op elk rommelig oppervlak. In plaats van handcrème, een bril, een afstandsbediening, tissues en een notitieboekje verspreid over een bijzettafeltje te laten liggen, kun je ze beter allemaal samen op één dienblad leggen. Op het aanrecht kun je oliën en kruiden naast het fornuis bij elkaar zetten, in plaats van ze verspreid over het werkblad te plaatsen. Zet op een boekenplank drie kleine decoratieve voorwerpen dicht bij elkaar in plaats van er op elke plank één te plaatsen.
Groeperen werkt het beste als de groepen logisch zijn. Je maakt geen stapels zomaar. Je geeft verwante voorwerpen een visuele afbakening. Een dienblad, mand, schaal of deel van een plank kan hiervoor dienen. De kamer bevat nog steeds dezelfde spullen, maar ziet er visueel minder versnipperd uit. Probeer, voordat je besluit dat je ‘te veel spullen’ hebt, eens de spullen die je al hebt te groeperen. Misschien kom je er dan achter dat het probleem lag in een versnipperde aandacht, en niet in een overdaad aan spullen.