Toen stond ze op, liep naar de hooikorf en pakte haar katje bij de nekvel op. Ze droeg het terug naar de anderen. En één voor één droeg ze ze alle vijf de stapel balen op, net zoals ze ze vast ook naar beneden had gedragen, totdat het hele gezin in de duisternis van de hooizolder was verdwenen.
Lily huilde en lachte tegelijk. June huilde alleen maar. Dr. Okafor haalde de twee doorgesneden draden uit het riet en bekeek ze in het licht. Aan het uiteinde van elke kabel had iemand een klein aluminium plaatje vastgeklemd, van het soort dat vallenzetters gebruiken om hun eigen lijn te markeren.
In het metaal waren twee letters en een cijfer ingeslagen. „Walt,” zei de dierenarts. ‘Wie zei je ook alweer dat het huis van Doyle had gekocht?’ Walt pakte het label en las het. Zijn gezicht verhardde. ‘Ik niet,’ zei hij. ‘Maar ik heb het gevoel dat Lily’s man met die oranje hoed zo meteen bezoek krijgt.’