Zijn familie lachte hem uit omdat hij een oude hut had geërfd — maar toen keken ze eens binnen

Andrew kwam de volgende ochtend terug en zocht nog grondiger. Met de koperen sleutel kon hij een bureaulade naast Walters bed openen. Daarin lagen bonnetjes voor ingeblikt voedsel, flessenwater, batterijen, brandstof en een kleine generator. Verschillende aankopen waren in grote hoeveelheden gedaan. Andrew staarde naar de lijstjes. De verborgen ruimte leek ineens minder spannend en meer verontrustend.

Walter had jaren meegemaakt waarin mensen bang waren voor stormen, tekorten en stroomstoringen. Andrew begon zich af te vragen of de ondergrondse ruimte misschien gewoon een noodschuilplaats was. De ventilatiebuis, de stalen deur, de batterijen en de opgeslagen voorraden wezen allemaal in die richting. Misschien had Walter een bunker gebouwd en had hij dat nooit aan de familie verteld omdat ze hem er dan mee zouden plagen.

Toen vond Andrew nog een envelop onder de bonnetjes. Daarin stond een reeks handgeschreven cijfers. Andrew fronste zijn wenkbrauwen. De cijfers leken op een combinatiecode. Hij ging weer naar beneden en bekeek de stalen deur. Naast het sleutelgat zat een klein draaiwieltje dat hij in het schemerige licht over het hoofd had gezien. Andrew klom de trap op, haalde zijn telefoon tevoorschijn en belde eerst Caroline. ‘Ik wil dat jullie morgen allemaal naar het huisje komen. Ik heb iets gevonden,’ zei hij.