De volgende ochtend werd Max wakker en schoot hij meteen naar zijn schuilplaats onder de bank, op zoek naar zijn nieuwe favoriete speeltje. Toen hij niets vond, slaakte de tabby een geïrriteerd miauwtje en glipte hij via het kattenluikje weer naar buiten, de ochtendmist in. Drie uur later rammelde het bekende plastic klepje bij de achterdeur. Richard draaide zich om en zag Max over het linoleum trippelen, trots met weer een vochtig briefje van 100 dollar in zijn bek, dat hij met dezelfde speelse felheid bewaakte.
Tegen vrijdag was de absurditeit officieel overgegaan in paranoia. Acht keurige, identieke biljetten van 100 dollar lagen uitgespreid op Richards keukentafel en droogden onder presse-papiers als een klein fortuin. Richard bracht uren door met het doorzoeken van lokale gemeenschapsforums en het afstruinen van de omtrek van zijn landelijke terrein, op zoek naar sporen van een verloren portemonnee of een verontwaardigde buurman. Niets. De biljetten leken niet langer op toevallig geluk. Max keerde duidelijk terug naar een specifieke, hernieuwbare bron.
Omdat hij het ongemakkelijke gevoel niet kwijt kon raken dat hij per ongeluk gestolen goederen in zijn bezit had, bestelde Richard online een compacte GPS-tracker. Het was belachelijk duur voor een huisdieraccessoire, maar aangezien er op dat moment 800 dollar op zijn keukentafel lag, vond hij dat hij het zich wel kon veroorloven. Zodra het pakketje was aangekomen, klemde hij het kleine plastic apparaatje aan de halsband van Max vast en wachtte hij af wat de kat zou doen.