Er was nog maar één persoon over die de waarheid misschien kende. Tante Ruth was zevenennegentig. Ze was de jongere zus van zijn moeder. Ze was erbij geweest toen Henry en Eleanor in 1942 trouwden. Als iemand de waarheid had gehoord, dan was zij het wel.
William reed naar het verzorgingstehuis, met de foto in zijn jaszak. Zijn handen trilden. Hij voelde zich een indringer, maar hij kon nu niet meer stoppen. Hij moest weten wie zijn vader werkelijk was geweest en waarom hij uit zijn geboorteland was gevlucht.
Ruth zat bij het raam toen hij binnenkwam. Ze zag er broos uit, maar haar blik was nog steeds scherp. Toen hij haar vertelde waarom hij hier was, keek ze hem begripvol aan. „Je lijkt vandaag op hem, William,” zei ze. Haar stem klonk zacht maar vastberaden.