Peuter uitgeput elke keer als oma oppast, als vader de reden ontdekt is hij doodsbang.

Maxine brandde in Mike’s armen, haar huid te heet, haar lichaam angstaanjagend stil. Ze huilde niet. Dat was het ergste. Baby’s huilden als er iets mis was. Maxine jankte maar één keer, een dun geluidje dat even snel verdween als het kwam, haar hoofd zwaar tegen zijn borst terwijl Carrie met trillende handen naar de thermometer greep.

Het getal knipperde terug, onmogelijk hoog. Carrie vloekte onder haar adem. Mike was al in beweging – sleutels, schoenen, de luiertas omgestoten in zijn haast. Zijn gedachten achtervolgden elkaar in nauwe cirkels: wat ze had gegeten, hoe lang ze had geslapen, of hij iets over het hoofd had gezien. Gisteren was ze in orde geweest. Lachen. Naar hem reikend.

Buiten was de nacht angstaanjagend kalm toen ze zich naar de auto haastten. Maxine ademde oppervlakkig, onregelmatig. Mike drukte zijn voorhoofd een halve seconde tegen het hare, fluisterde haar naam alsof het haar zou verankeren. Ergens tussen het appartement en het ziekenhuis kwam er een gedachte in hem op die zijn borstkas deed samentrekken van angst: dit was niet zomaar uit het niets gekomen. Er was iets met hun dochter aan de hand en ze begonnen het nu pas te zien.