Alexis antwoordde niet meteen. Ze staarde naar de rand van het bureau, haar kaak strak opgetrokken, alsof ze iets woog dat ze niet hardop wilde zeggen. De stilte rekte zich uit. “Mevrouw Dunst,” zei de advocaat, zachtjes nu, “als u wegloopt van dit alles, is er geen weg terug.”
“Ik begrijp het,” zei ze. Hij keek nog even naar haar. “Waarom?” Alexis ademde langzaam uit. Toen sprak ze – rustig, weloverwogen. De advocaat onderbrak haar niet. Hij maakte geen aantekeningen. Zijn gezichtsuitdrukking veranderde bijna onmerkbaar, zoals dat gaat als een gesprek volledig van richting verandert.