Lucas sprak niet. Zijn vader ook niet. Toen ging de deurbel. Ze draaiden allebei hun hoofd om. Lucas’ hart gaf een vreemde schok. Zijn vader stond eerst, aarzelde en liep toen langzaam naar de voorkant van het huis. Lucas volgde, zijn handen koud.
De deur ging open. Daniel stond op de veranda, met zijn jas in één hand en een spanning in zijn schouders die overeenkwam met de spanning in de lucht. Zijn ogen ontmoetten die van Lucas’ vader. “Hoi, Mark,” zei Daniel. Lucas’ vader – Mark – sprak eerst niet. Hij staarde alleen maar en knikte toen oppervlakkig. “Daniel.” “Ik denk dat we moeten praten,” zei Daniel.