Bij de eerste envelop stokte zijn adem. Zijn naam Evan stond erop in hetzelfde lusvormige handschrift. Zijn vingers trilden. Calder reikte plotseling naar voren en griste de envelop weg voordat Evan hem open kon maken. “Later,” zei Calder met een te snelle, te krachtige stem. “We hebben geen tijd voor sentiment.” Sentiment? Het woord klonk vreemd.
Evan haalde een stapel documenten onder de envelop vandaan. Bovenaan één ervan stond een foto: Calder naast een man die Evan herkende van een vervaagde foto in zijn jeugdkamer. Zijn pols stotterde. Calder wilde de foto pakken, maar Evan hield hem stevig vast en zijn ogen werden groot.