De man op de foto was zijn vader. Jonger, serieus, met een identiteitspasje half verborgen onder zijn jas. Evan staarde, de schok verdoofde zijn ledematen. Calders gezichtsuitdrukking verdraaide – angst, woede, berekening. “Waarom bemoei je je er zo mee?” Calder.
“Heb je met mijn vader gewerkt?” Vroeg Evan, met trillende stem. Calder zei niets, reikte gewoon weer naar de papieren met een razende rand die hij niet kon verbergen. Evan stapte achteruit, de stukjes vielen in een misselijkmakende slow motion in elkaar. Deze opslagruimte was niet van Calder. Dit bewijs was niet van Calder. Het was allemaal van zijn vader!