“Mevrouw Whitman.” De restaurantmanager stond vlak voor haar, niet glimlachend, zijn houding gespannen van terughoudendheid. Hij wierp een blik in de richting van de eetzaal en toen weer terug naar haar. “Alstublieft,” zei hij, terwijl hij zijn stem verlaagde. “Je moet met me meekomen. Nu meteen.” En op dat moment – mistig, wankel, alleen – wist Clare dat wat er zou komen niets te maken had met een vergeten tas.
De manager raakte haar niet aan. Hij verhief zijn stem niet. Hij gebaarde alleen naar de deur naast de hostess. “Zou u even naar het kantoor willen komen?” vroeg hij. “Zodat we iets kunnen ophelderen.” Clare aarzelde. Haar benen voelden traag, alsof ze de vloer niet helemaal vertrouwden. “Ik heb alleen mijn tas nodig,” zei ze. “Ik voel me niet zo lekker.”