In de dierenkliniek reageerde Fortune nauwelijks op het onderzoek. Handen gingen over zijn ribben, zijn poten, zijn nek en hij bleef stil liggen, met halfdichte ogen en een oppervlakkige ademhaling. Sam keek aandachtig toe, met een strak hart, zich realiserend hoe onnatuurlijk het was voor een jonge hond om zo weinig weerstand of nieuwsgierigheid te tonen.
De dierenarts bestudeerde het bloedonderzoek langer dan normaal. Ze fronste haar wenkbrauwen en leunde dichter naar het scherm, terwijl ze heen en weer scrolde. Sam herkende de stilte meteen. Het was geen verwarring. Het was bezorgdheid, voorzichtig en afgemeten.