In het archiefkantoor vroeg Nina de jonge bediende om oudere budgetten. Hij aarzelde en haalde dan stoffige mappen achteraan. “Niemand wil deze,” mompelde hij. Er kwam stof opwaaien toen ze ze opende. Binnenin stonden dezelfde zaaknummers van kinderen over meerdere jaren, altijd gelabeld als “tijdelijk” Beoordelingsdata liepen met kleine stapjes vooruit, alsof iemand met zijn voeten sleepte.
Ze scande een paar pagina’s naar haar redacteur. Zijn antwoord kwam snel. “Als dit een patroon is, is het groot. Maar we hebben meer nodig dan cijfers en het geheugen van een dakloze vrouw. De juridische afdeling eist een aantekening of een document waarin staat dat ze dit met opzet doen.” Nina staarde naar het scherm. Ze had een richting, maar niet de ruggengraat.