1. Laat meer ruimte over dan je denkt nodig te hebben
Een van de eerste dingen die mensen leren na genoeg bijna-ongelukken is dat de meeste bestuurders te dicht op elkaar rijden zonder het te beseffen. Het gebeurt in het verkeer, wanneer iemand haast heeft of wanneer bestuurders elke opening beginnen te beschouwen als verspilde ruimte.
Het probleem is dat hoe dichter je bij de voorligger bent, hoe minder tijd je hebt om te reageren als er iets onverwachts gebeurt. Een plotselinge remmanoeuvre, een afsnijdende auto of zelfs een uitstappende voetganger kan snel een probleem worden als er geen ruimte meer is om te herstellen. De beste bestuurders zijn meestal niet degenen die het dichtst bij blijven – zij zijn degenen die zichzelf opties geven.
Als er één gewoonte is die autorijden direct rustiger en veiliger maakt, dan is het deze wel.